Precies zeventig jaar geleden startte Volkswagen in Wolfsburg met de productie van zijn Typ 2. Dat voertuig is dan later de Transporter geworden, maar het is ook zo populair geworden dat zijn officieuze benamingen de officiële soms hebben vervangen.
In totaal zijn tot op vandaag meer dan dertien miljoen Transporters geproduceerd. En de Transporter is hiermee het gamma met de langste carrière ter wereld. Aanvankelijk had de ‘Bulli’ (zoals hij in Duitsland wordt genoemd) zijn succes te danken aan het feit dat de motor achteraan en de chauffeur zo ver als mogelijk naar voren zat. Hoewel het voertuig compact was, kon er zo maximaal plaats worden vrijgemaakt om goederen of personen te vervoeren. De T1 begon zijn carrière als bestelwagen met een nuttige lading van 750 kg maar naast die basisversie verschenen al snel een minibus- en zelfs een pick-upversie. Vandaag kan je originele Samba-minibussen trouwens voor fabelachtige bedragen op de verzamelaarsmarkt vinden.
Sinds 1956 werd de Transporter in Hannover geproduceerd maar het was nog wachten tot 1967 voor de T2 ten tonele kwam, nog steeds aangedreven door een luchtgekoelde motor. Dat model werd tot 1979 in Europa geproduceerd waarna het zijn carrière nog tot 2013 verderzette.

In 1990 kwam de T4 met een nieuwe technologische sprong vooruit: gedaan met de boxermotor en de aandrijving achteraan, hier kwam de voorwielaandrijving. Die nieuwe architectuur zorgde voor een veel praktischere laadruimte. Die generatie werd tot in 2003 geproduceerd, het was de eerste met twee verschillende wielbasissen.
De T5 en T6 die daarop volgden, behielden in grote mate de esthetiek van de T4. Net zoals een Golf is ook een Transporter vrij tijdloos. De evoluties waren eerder gericht op de techniek, veiligheid en ergonomie. Vandaag wordt de Transporter voorgesteld als een versie 6.1. Hij werd in het najaar van 2019 gelanceerd en heeft een grote connectiviteit.


