De allereerste Volkswagen Typ 2 rolde op 8 maart 1950 van de VW-assemblagelijn in Wolfsburg. De Typ 2 werd al snel de Transporter T1 en sinds 1956 wordt deze iconische lichte bedrijfswagen (het woord is in dit geval niet overdreven gebruikt) in Hannover geproduceerd. De zeven generaties van de Transporter hebben 12,5 miljoen exemplaren opgeleverd.
Maar weet je waar de naam vandaan komt? In 1949 wilde Volkswagen de naam ‘Bulli’ registreren, de liefkozende bijnaam die de Duitsers aan de Typ 2 hadden gegeven. Het Duitse Octrooibureau maakte echter bezwaar omdat een ander bedrijf de rechten op dit handelsmerk al had verkregen voor een sneeuwfrees. Officieel heette de Typ 2 de Transporter, maar in Groot-Brittannië kreeg hij bijvoorbeeld de bijnaam ‘Splittie’ vanwege de gespleten voorruit.
De Transporter T1 bestelwagen was 4,10 meter lang en had een laadvolume van 4,5 m3. Met de 25 pk sterke viercilinder vlakke motor van de Kever haalde de T1 een topsnelheid van 80 km/u; later werd het vermogen opgevoerd tot 44 pk met een topsnelheid van 105 km/u. Andere carrosserievarianten volgden: een Kombi-versie (met achterruiten) was al beschikbaar in april 1950, gevolgd door een minibus en een dropside van. Maar de meest legendarische van alle T1’s was natuurlijk de Samba die in 1951 op de markt kwam: hij bood plaats aan negen personen en was uitgerust met 23 ramen, tweekleurig lakwerk en luxueuze uitrusting, waaronder een opklapbaar panoramadak. Vandaag de dag wordt een T1 Samba in zeer goede staat verkocht voor meer dan 100.000 euro!



