Achter de spectaculaire cijfers die af en toe in de algemene pers opduiken, vormen wegcontroles een onmisbare schakel in de strijd tegen fraude en in het belang van de verkeersveiligheid in het wegvervoer. Ze renderen… maar volgens velen zijn het er veel te weinig.
Vraag een transporteur naar wegcontroles en je krijgt uiteenlopende reacties: sommigen vinden dat ze voor pietluttigheden worden lastiggevallen, anderen zouden juist meer controles willen… op voorwaarde dat hun concurrenten dan óók meer gecontroleerd worden. Het onderwerp verdeelt de sector. We hebben het hier niet over bedrijfsinspecties, maar wel over de controles door de Federale Wegpolitie.
Een vergrootglas
Een paar keer per jaar wordt er een grote interdienstencontrole georganiseerd op gevoelige locaties, langs een drukke verkeersas of op een parking. De meest recente vond plaats tijdens het Paasweekend, op negen verschillende parkings, en leverde spectaculaire resultaten op: van de 294 vrachtwagens, mét aanwezige chauffeurs, bleken er 243 het weekend in hun cabine door te brengen. Nochtans had hun werkgever eigenlijk voor een aangepast onderkomen moeten zorgen.
Wanneer de traditionele media zulke cijfers overnemen, lijkt het alsof de grote meerderheid van de transporteurs fraudeert. Maar wat zeggen deze controles (en al die andere waarover men niets hoort), nu echt over de naleving van de regels in het wegvervoer, los van de cijfers? We vroegen het aan Frederic Martin, hoofdinspecteur bij de Federale Wegpolitie. Volgens hem vormen de cijfers een vergrootglas op de werkelijkheid, maar is de situatie op sommige vlakken toch minder ernstig dan enkele jaren geleden.
“Wij werken steeds meer gericht”, legt Frederic Martin uit. “Het spreekt voor zich dat als je tijdens het weekend gaat controleren op een parking in de haven van Zeebrugge, de kans groot is dat je chauffeurs betrapt die hun wekelijkse rust in de cabine doorbrengen. Maar ook bij gewone wegcontroles sturen we onze controles veel gerichter dan vijf jaar geleden.”
De tachograaf, een waardevolle bondgenoot
Een belangrijke aanpassing is alleszins de evolutie van de tachograaf en de komst van de beruchte module C, waarmee de politie sinds een jaar of drie vanop afstand de data van een digitale tachograaf kan ‘lezen’. “Je moet de werkelijke draagwijdte van deze technologische evolutie wel relativeren”, nuanceert Martin. “De ‘slimme’ digitale tachograaf, met zijn GPS- en GNSS-functies, vergemakkelijkt ons werk, maar kende aanvankelijk ook kinderziekten. Het was erger dan in 2008 met de eerste digitale tachograaf. Bovendien duurde het een tijd voor er voldoende nieuwe tachografen in omloop waren om onze toestellen doeltreffend te maken. Technisch is dat intussen opgelost en sinds 25 augustus 2025 moeten alle vrachtwagens in het verkeer uitgerust zijn met de nieuwe digitale Smart 2-tachograaf.”
Deze nieuwste versie heeft bovendien het voordeel dat grensovergangen automatisch geregistreerd worden, terwijl chauffeurs dat vroeger manueel moesten doen om in orde te zijn met de nieuwe cabotageregels.
Toch is nog niet alles perfect: er blijven conflicten met bepaalde registraties van de tachograaf en sommige zaken kan je enkel nagaan tijdens een fysieke controle met het stilstaande voertuig. Zo’n controle duurt doorgaans een half uur, dus is het zaak om gericht te werk te gaan.
Meer controleurs aub!
Hoe spectaculair ook, de grote controles slagen er niet in de sociale fraude volledig in te dijken. België geldt in Europa vaak als een ijverige leerling, maar datzelfde kan je niet zeggen van onze noorderburen.
“Er zijn meer controles nodig.” Die boodschap klinkt zowel bij de transportfederaties als bij de vakbonden. In november 2024, na een controle in Zeebrugge, verklaarde Philippe Degraef (directeur van Febetra): “Bonafide transporteurs die hard werken, mogen niet de dupe worden van concurrenten die de regels niet naleven. Iedereen die eerlijke concurrentie wil, kan deze acties alleen maar toejuichen.”
Eenzelfde geluid bij Ludovic Moussebois, die bij de christelijke vakbond CSC-Transcom (ACV-Transcom) min of meer de fakkel heeft overgenomen van Roberto Parillo: “Ik juich de intensere samenwerking tussen verschillende controlediensten toe, evenals de acties waarbij politiediensten uit meerdere landen samenwerken. Maar ook in België zijn er veel te weinig controles. Ze zouden dagelijks moeten plaatsvinden, en er zouden meer onverwachte controles moeten zijn.”
De boodschap is doorgegeven aan het ministerie van Binnenlandse Zaken… maar voorlopig lijkt er geen sprake van een grote toename van het aantal politieagenten. We zullen dus nog meer moeten rekenen op technologie en op de samenwerking tussen de verschillende lidstaten om potentiële fraudeurs nog gerichter te viseren.




