Vlaanderen, dat is bekend, is veruit Europees koploper inzake op afstand bestuurde schepen. Wallonië sluit binnenkort aan. Ook in de buurlanden rijpen de geesten. Dat is hoognodig, want het tekort aan personeel – vooral aan schippers (kapiteins) – bedreigt de toekomst van de binnenvaart.
Aan boord van een binnenschip werken drie soorten bemanningsleden: kapiteins, stuurlui (matrozen met eenvoudige stuurkwalificaties) en matrozen voor de dagelijkse taken. In alle drie de jobs is er een personeelstekort, dat vooral bij de kapiteins problematisch is: zij moeten opgeleid zijn en over een ’bekwaamheidsbewijs binnenvaart’ beschikken.
“Jaarlijks studeren minder kapiteins af dan er priesters worden ingewijd”, is de cynische vaststelling. Dus stijgt het personeelstekort in de binnenvaart ernstig: het aantal actieve binnenschippers in Vlaanderen daalde in tien jaar van 1.114 naar 807. De vergrijzing slaat toe en de instroom is te klein. Dit bedreigt de sector terwijl die een cruciale rol moet spelen in de modal shift.
Dat weinig jongeren een kapiteinsopleiding volgen, heeft te maken met de aard van de job. Veel schippers/kapiteins accepteren dat zij lang onderweg zijn, maar er zijn er ook – steeds meer – die een betere ‘work/life’ balans nastreven. Op afstand bestuurde binnenschepen bieden een oplossing: na hun shift in een digitale stuurcabine aan land, keren kapiteins gewoon huiswaarts. Op termijn zullen ze zelfs meerdere schepen tegelijk bedienen. Kortom, een toekomstbestendige oplossing voor het groeiende personeelstekort.
Vlaanderen neemt nog meer voorsprong
Het grote probleem bij het ‘remote’ besturen van schepen is de regelgeving. In Vlaanderen niet, in tegendeel. Al in 2019 trad een decreet in voege waardoor experimenten mogelijk zijn. Voor deze pilootprojecten zijn afwijkingen mogelijk op de bemanningsvoorschriften, het politiereglement, de technische eisen, enz. Ze mogen op het hele Vlaamse netwerk aan kanalen en waterlopen doorgaan. Vandaag lopen al drie pilootprojecten met 14 schepen; en er zitten er nog meer in de pijplijn.
Nu gaat Vlaanderen een stap verder. Een nieuw besluit van de Vlaamse regering (BVR) geeft een nieuw wettelijk kader voor die projecten, met meer (rechts)zekerheid. Enkel het groene licht van de Raad van State ontbreekt nog. Erik Schrooyen, projectmanager Binnenvaartinnovatie bij De Vlaamse Waterweg: “Terwijl de pilootprojecten vandaag maximum 10 jaar doorlooptijd hebben en jaarlijks vernieuwd moeten worden, staat het BVR afwijkingen voor onbepaalde tijd toe. Die gelden voor gekende technologie met een gelijkwaardige veiligheid en na advies van de commissie van deskundigen.” “Voor de projecten die nu al lopen is dat goed nieuws”, zegt Schrooyen. “Het BVR geeft een duurzaam kader aan mature technologie, zoals die van Seafar, die zo een versnelling hoger kan schakelen. En er kunnen nieuwe proefprojecten opstarten die een hogere graad van autonomie beogen.”
Ook in Wallonië
Ook in Wallonië zijn sinds kort pilootprojecten mogelijk, dankzij een decreet van 2022. “Een besluit van 2023, in voege getreden in 2024, bepaalt de praktische modaliteiten voor die projecten: de maximum duurtijd van een project is vijf jaar, waarbij de SPW (red.: de “Waalse FOD”) de toelating jaarlijks na evaluatie moet verlengen, dit in het kader van risicobeheer en van het leerproces”, zegt Guillaume Defays, attaché bij de directie Reglementering en Controle van de Waterwegen bij de SPW Mobilité et Infrastructures. “Na die vijf jaar mag een verlenging of verbetering van het project aangevraagd worden voor een nieuw termijn van vijf jaar.”
“Tot op vandaag heeft maar één bedrijf – de rederij Novandi, die nu al in Vlaanderen vaart – een dossier ingediend. Dat werd in juni goedgekeurd. Er zit een ander project in de pijplijn, maar officieel is er nog geen aanvraag ingediend. Er is dus nog weinig vraag, maar je moet rekening houden met het feit dat alles nog maar recent in gang is gezet”, voegt hij toe. “Wat ook meespeelt is dat de procedures in Vlaanderen en Wallonië verschillend zijn. Proefprojecten in Vlaanderen kan je dus niet zomaar één op één in Wallonië doortrekken”. Defays benadrukt wel dat de politieke wil aanwezig is om semiautonoom varen een duw in de rug te geven. Die wordt overigens uitdrukkelijk bevestigd in het strategisch schema 2020-2050 voor de Waalse waterwegen.
Van Antwerpen tot Namen
Dat de rederij Novandi kandidaat is, verrast allerminst. Het vraagt al vier jaar om op het Albertkanaal verder ‘remote’ te mogen varen dan de taalgrens. Cyrielle Böttcher, Project Manager bij Novandi: “In een eerste fase (van vier) varen we vanaf januari 2026 tussen Kanne en Trilogiport, een afstand van 6 km. We gaan eerst de stabiliteit van de telecommunicatie goed checken (4G, 5G en Starlink). In maart start fase 2: varen tussen Kanne en Renory, voorbij Luik. Dit is een ‘tricky’ stukje Maas, met de ‘S’ van Luik en zijn grillige stroming. Gedurende drie weken zullen we varen met een volledige bemanning, zodat de kapiteins de vaaromstandigheden goed beheersen en ze later het schip veilig op afstand kunnen besturen.”
“De fase 3 is varen van Kanne tot in Grand Malade bij Namen, een nog grotere uitdaging door enkele moeilijke stukken en sluizen. De opleiding van de bemanning op dat traject zal minstens 20 testvaarten vergen. In fase 4 zullen we ook ’s nachts en bij verschillende waterpeilen varen”, vervolgt ze. Tijdens die vier valideringstests zal de bemanning volledig zijn, maar nadien is er geen kapitein meer aan boord (hij of zij zal vanop afstand vanuit het controlecentrum van Seafar in Antwerpen werken); enkel één of twee stuurlui en één of twee matrozen.
“We gaan dus niet over een nacht ijs. Daarom vinden wij het sneu dat de Waalse overheid zo voorzichtig is en de projecten tot vijf jaar beperkt. Wij zouden toch geen risico’s nemen met bedenkelijke technologie op dure economische werktuigen?”, betreurt Böttcher. Die koudwatervrees is in de buurlanden nog groter. Er zijn wel al tests bezig, maar altijd met de volledige bemanning. Seafar, dat wereldwijd het verst staat met technologie voor het remote besturen van binnenschepen, speelt ook daarin een belangrijke rol.



