Het was al bekend dat Vlaanderen de tarieven van ‘zijn’ kilometerheffing op 1 juli 2026 fors zou verhogen. Het tariefsupplement dat voortvloeit uit de toevoeging van een CO2-component is nu bekend.
Ter herinnering: Vlaanderen voert alleen maar een Europese verplichting uit door vooruit te lopen op de deadline, zoals Duitsland ook heeft gedaan. Het gaat erom de tarieven van de kilometerheffing aan te passen aan de CO2-uitstoot van het voertuig, naast de Euro-klassen en het maximaal toegestane gewicht. Dit leidt uiteraard tot een aanzienlijke stijging van de inkomsten uit de kilometerheffing.
In de verklaring van de Vlaamse regering van september werd duidelijk aangekondigd dat het doel was om deze inkomsten met 180 miljoen euro te verhogen op jaarbasis en met 90 miljoen euro voor de laatste zes maanden van 2026. Het zal meer zijn: volgens onze informatie bedragen de ramingen nu 125 miljoen euro in 2026 en 250 miljoen in 2027. Dat is een stijging van 38 % ten opzichte van 2024. Concreet (en als de voorlopige cijfers die we hebben kunnen raadplegen worden bevestigd) zal de toeslag 7,4 cent bedragen voor een Euro 6-voertuig van meer dan 32 ton. Voertuigen waarvan de Vecto-cijfers meer dan 5 of 8 % lager liggen dan wat we de ‘emissiereductietraject’ noemen, vallen in emissieklasse 2 of 3 en zullen iets minder betalen. Voertuigen zonder uitstoot (zoals elektrische vrachtwagens) zullen toch een CO2-toeslag van 1,2 cent per kilometer betalen.
We vroegen Johan Staes, de nieuwe CEO van Transport en Logistiek Vlaanderen, om een eerste reactie. Hij is zeer kritisch: “Deze beslissing zal een aanzienlijke impact hebben op onze transportbedrijven. We hebben het momenteel over een verhoging van het kilometertarief met 40 % ten opzichte van het huidige tarief vanaf 1 juli. Op basis van de cijfers van het ITLB betekent dit een kostenstijging van meer dan 3%! Op zich is het principe van een gedifferentieerde belasting op basis van de uitstoot een goede zaak. Maar eens te meer gaat het om een verhoging zonder concrete tegenprestatie voor de transportsector.”



