Tijdens een webinar dat werd georganiseerd voor de leden van de Green Deal, vestigde Sibelga – de beheerder van het elektriciteits- en gasdistributienet in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest – de aandacht op een cruciale uitdaging in de overgang naar elektromobiliteit: de juiste dimensionering van laadinfrastructuren. Een essentiële voorwaarde voor een efficiënte en duurzame elektrificatie van wagenparken.
Naarmate elektrische wagenparken groeien, wordt het laadvraagstuk steeds centraler. Al te vaak herleid tot een loutere kwestie van het aantal laadpunten, vereist het in werkelijkheid een veel bredere denkoefening over gebruiksprofielen, gebruikersgedrag en het werkelijk beschikbare vermogen op een site. Precies die boodschap bracht Alain Guney, verantwoordelijk voor laadinfrastructuurprojecten voor de overheid bij Sibelga, tijdens deze webinar.
“Een infrastructuur dimensioneren betekent niet simpelweg kilowatts optellen. Je moet begrijpen hoe voertuigen rijden, wanneer ze laden en welke beperkingen er op de site gelden,” legde hij uit. Met die globale aanpak vermijd je technische keuzes die op papier logisch lijken, maar in de praktijk snel problematisch worden. Een correcte dimensionering moet daarom steunen op concrete gegevens: dagelijkse kilometerafstanden, stilstandtijden van voertuigen, laadvensters en operationele prioriteiten.
Vermogen, flexibiliteit en het risico van verkeerde keuzes
Een onderdimensionering kan al snel een rem zetten op de dagelijkse werking, met complexe rotaties, zware planning en spanningen tussen gebruikers tot gevolg. Omgekeerd leidt een overdimensionering tot onnodige investeringen in dure en weinig gebruikte installaties, terwijl ook de kosten voor het gecontracteerde vermogen oplopen.
Om zijn punt te illustreren, presenteerde Alain Guney een concreet voorbeeld van een gemengd wagenpark met tien stadswagens en twee bestelwagens, waaruit bleek dat een louter energetische benadering kan leiden tot operationeel weinig realistische oplossingen.
“Op papier kunnen twee laadpunten volstaan, maar in de praktijk is dat niet comfortabel,” benadrukte hij. Volgens hem ligt het juiste compromis dikwijls in meer laadpunten, maar met een beheerst vermogen, om continuïteit van de dienstverlening en een vlotte gebruikerservaring te garanderen.
Het beheer van het vermogen ontpopt zich daarbij tot een cruciale hefboom. Vaste regeling, dynamische regeling of geavanceerde systemen zoals een Energy Management System (EMS): elke oplossing beantwoordt aan een ander maturiteitsniveau. Vooral een dynamische regeling maakt het mogelijk om het laden in real time af te stemmen op het werkelijke verbruik van de site, waarbij kritieke toepassingen prioriteit krijgen en het beschikbare vermogen optimaal wordt benut zonder contractuele limieten te overschrijden.
Als laden en zonne-energie samenkomen
De integratie van lokale elektriciteitsproductie, bijvoorbeeld via zonnepanelen, vergroot het belang van intelligent beheer nog verder. Zonder aangepaste sturing gaat een groot deel van de opgewekte energie verloren, door een gebrek aan afstemming tussen productiepieken en laadmomenten. “We zien dikwijls voertuigen, die de hele dag ingeplugd blijven, terwijl ze in minder dan twee uur volledig opgeladen zijn,” stelde Alain Guney vast, en hij sprak daarbij van echte ‘fotovoltaïsche verspilling’. Die mismatch leidt niet alleen tot een lagere zelfconsumptie, maar ook tot onnodige netafnames, vooral aan het begin van de dag.
De meest geavanceerde EMS’en, soms gekoppeld aan artificiële intelligentie, maken het mogelijk om op dergelijke situaties te anticiperen. Door gegevens over zonneproductie, gebruikersgewoonten en weersvoorspellingen te combineren, passen ze automatisch het laadvermogen aan. “Een EMS is niet langer enkel een technisch hulpmiddel, maar een strategische partner voor energie-efficiëntie”, besloot hij, en hij benadrukte dat een correcte dimensionering bepalend is voor de economische en ecologische duurzaamheid van laadinfrastructuurprojecten.
Elektrische bedrijfsvoertuigen: het traject van Sibelga
Bij Sibelga kadert de elektrificatie van bedrijfsvoertuigen in een gestructureerde en geleidelijke aanpak, die al in 2021 van start ging met een grondige analyse van de mobiliteitsbehoeften. “Het was essentieel om te begrijpen hoe onze technici rijden, met welk type voertuigen en met welke operationele beperkingen”, herinnerde Grégory Navet, verantwoordelijke mobiliteitsoplossingen, zich. Na testfases en een gedetailleerde mapping van de gebruiksprofielen lanceerde Sibelga meerdere aankoopgolven, gaande van compacte bedrijfswagens tot zwaardere bestelwagens. In 2024 werden alle nieuwe voertuigen met rijbewijs B volledig elektrisch, terwijl in 2025 de eerste elektrische zware voertuigen werden besteld. Vandaag is 25% van de 450 bedrijfsvoertuigen van het bedrijf volledig elektrisch, ondersteund door meer dan 130 laadpunten op de sites en talrijke laadpalen bij medewerkers thuis. “De verandering is samen met de teams gerealiseerd, dankzij feedback uit het veld en een interne voorbeeldfunctie,” benadrukt Grégory Navet. Deze aanpak heeft elektrisch rijden inmiddels tot de norm in plaats van de uitzondering gemaakt.




