Door in te zetten op elektrificatie en spoor- en watertransport wil de Amerikaanse multinational Procter & Gamble zijn CO₂-uitstoot tegen 2030 met 50% verminderen. “Maar elektrische trucks vereisen een volledig andere aanpak dan dieselvoertuigen,” beklemtoont Frank Kressmann, ‘Director for Transportation Sustainability’ van P&G.
Truck & Business: Hoe organiseert P&G zijn transportactiviteiten in Europa?
Frank Kressmann: Wij werken in Europa met honderden externe transporteurs. Het aandeel eigen vrachtwagens, actief op andere continenten, is erg klein. De aanpak en beslissingen worden centraal georganiseerd.
T&B: Zijn er verschillen in transport afhankelijk van het producttype?
Kressmann:Eigenlijk niet, of amper. Ons portfolio omvat producten zoals Pampers, Ariel, persoonlijke verzorging, homecare en gezondheidsproducten. Alleen bepaalde van die producten vereisen temperatuurcontrole, maar in het algemeen worden verschillende productcategorieën gecombineerd in dezelfde trailer of container.
T&B: Hoe selecteert P&G zijn transporteurs?
Kressmann:Dat gebeurt via regelmatige tenderprocessen. Transportbedrijven kunnen intekenen op bepaalde vervoerstromen. Duurzaamheid speelt daarbij een steeds grotere rol, zeker op het vlak van biobrandstoffen en emissierapportering.
‘Net zero’ in 2040
T&B: Wat zijn vandaag de grootste uitdagingen in het transport?
Kressmann:Dat is zonder twijfel duurzaamheid. P&G heeft de doelstelling om tegen 2030 de emissie-intensiteit van het transport van afgewerkte producten met 50% te verminderen, in vergelijking met 2020. Daarnaast willen we naar ‘net zero’, dus nul uitstoot, tegen 2040.
T&B: Ligt P&G op schema om die doelstellingen te halen?
Kressmann:We hebben al belangrijke vooruitgang geboekt. In één jaar tijd realiseerden we een vermindering van 11% in emissie-intensiteit. We werken daarbij rond vijf grote hefbomen: minder transportkilometers, modal shift, maximale beladingsgraad, alternatieve brandstoffen en netwerkoptimalisatie.
T&B: Welke oplossingen krijgen vandaag de meeste aandacht?
Kressmann:Vandaag focussen we vooral op biobrandstoffen en elektrificatie. Elektrificatie zal absoluut cruciaal worden richting 2040, maar momenteel zitten we nog sterk in een leerfase. Daarom voeren we veel pilootprojecten uit. Onze transportstromen bestaan vooral uit langeafstandstransport met 40-tons trucks tussen fabrieken en distributiecentra. Dat maakt elektrificatie complex. We moeten leren omgaan met laadinfrastructuur, laadmomenten, actieradius en operationele planning.
T&B: Hoe werkt P&G met zijn transportpartners samen rond elektrificatie?
Kressmann:Vandaag draait het vooral om luisteren en samen leren. Elektrische trucks vereisen een volledig ander operationeel model dan dieselvoertuigen.
‘Cherry picking’
T&B: Helpt P&G transporteurs ook actief bij die omschakeling?
Kressmann:Ja. We proberen bijvoorbeeld transportcorridors te identificeren die het best geschikt zijn voor elektrificatie. Daarbij houden we rekening met retourstromen, laadinfrastructuur en depotmogelijkheden. Het is momenteel nog sterk ‘cherry picking’: we zoeken de trajecten waar elektrificatie vandaag al economisch haalbaar is.
T&B: Zet P&G ook in op spoor- en watertransport?
Kressmann:Absoluut. Modal shift is een van onze belangrijkste hefbomen. We verschuiven transport waar mogelijk van wegtransport naar spoor of ‘shortsea shipping’. Vooral in Europa biedt spoor veel potentieel voor emissiereductie. De emissie-intensiteit van spoortransport ligt voor dezelfde lading ongeveer vier keer lager dan die van wegtransport. Daarom investeren we sterk in railoplossingen waar dat operationeel mogelijk is. Maar spoortransport vraagt wel veel meer coördinatie. Een truck is flexibel en kan rechtstreeks rijden van punt A naar punt B. Treinen werken via vaste corridors en terminals. Daarom moet het voor- en natransport over de weg beperkt blijven om het economisch interessant te houden.
T&B: Welke rol speelt digitalisering in duurzamer transport?
Kressmann:Digitalisering wordt absoluut essentieel. Vroeger optimaliseerden we één dominante technologie: de dieseltruck. Vandaag krijgen we meerdere technologieën naast elkaar: elektrisch, waterstof, spoor, alternatieve brandstoffen… Dat maakt transportplanning veel complexer.
T&B: Kan artificiële intelligentie daarbij helpen?
Kressmann:Zeker. De hoeveelheid parameters neemt enorm toe: laadmomenten, batterijstatus, infrastructuur, verkeerssituaties, energiekosten… Dat soort complexiteit vereist digitale optimalisatie en AI-gestuurde systemen.
Europese samenwerking
T&B: Welke rol ziet P&G voor Europa en de overheid?
Kressmann:Transport verduurzamen kan geen enkel bedrijf alleen. Daarom zijn Europese samenwerkingsprojecten, zoals ZEFES, zo belangrijk. Onze partner ECS zet een Volvo FH Aero in tussen de Procter & Gamble-fabriek in Amiens en zijn eigen logistiek centrum in Zeebrugge. In dergelijke projecten werken verladers, transporteurs, truckfabrikanten, technologiebedrijven en infrastructuurspelers samen om oplossingen te ontwikkelen. Die weg moeten we nemen: alleen door samen te werken, kunnen we de sector duurzaam transformeren.
Elk huishouden heeft P&G in huis
Procter & Gamble (P&G) is een van de grootste spelers in verzorgings- en huishoudproducten ter wereld. Het Amerikaanse bedrijf ontwikkelt, produceert en verkoopt bekende merken, zoals Gillette scheermesjes, Oral-B tandpaste, Head & Shoulders shampoo, Ariel en Dreft wasmiddelen, Pampers voor baby’s, Always maandverband, enzovoort. Bijna elk gezin of persoon in de Westerse wereld heeft wel één of meerdere P&G producten in huis. Het bedrijf, met hoofdzetel in Cincinnati, is actief meer dan 180 landen. Het heeft meer dan 100.000 werknemers wereldwijd en een jaaromzet van ruim 80 miljard USD.
De emissie-intensiteit van spoortransport ligt voor dezelfde lading ongeveer vier keer lager dan die van wegtransport.




