Terwijl het principe van professionele diesel steeds meer ter discussie wordt gesteld, heeft de UPTR nieuwe cijfers verkregen die het voordeel benadrukken dat de federale staat uit dit systeem haalt. Dit is voornamelijk te danken aan de brandstofaankopen die buitenlandse vervoerders in België doen.
Elk jaar laat de UPTR een parlementaire vraag stellen om van de minister van Financiën volledige statistieken te verkrijgen over het brandstofverbruik en de belastinginkomsten uit accijnzen. Deze keer was het parlementslid Gilles Foret (MR) die de cijfers voor het jaar 2025 van Jan Jambon heeft gekregen. Hieruit kunnen de volgende conclusies worden getrokken:
- Het totale dieselverbruik is tussen 2019 en 2025 met 16,28 % gedaald en bedraagt nu 6,45 miljard liter, waarvan 3,8 miljard voor vrachtwagens;
- Van de meer dan vijf miljard euro aan nettoaccijnzen die de staat op alle fossiele brandstoffen heeft geïnd, is 2,3 miljard afkomstig van wegvervoerders
- Na terugbetaling van de professionele diesel hebben de Belgische vervoerders 548,5 miljoen euro aan accijnzen aan de Schatkist afgedragen en de buitenlandse vervoerders 1,03 miljard euro.
Volgens Michael Reul (secretaris-generaal van de UPTR) “tonen deze cijfers op uiterst objectieve wijze aan dat ingrijpen in de professionele diesel het risico inhoudt om meer dan een miljard euro aan belastinginkomsten mis te lopen. Professionele diesel werkt als een magneet: internationale vervoerders kiezen juist voor België om daar te tanken, terwijl de tankinhoud van internationale vrachtwagens kan oplopen tot 800 tot 1.400 liter. Met een actieradius van meer dan 2.000 kilometer hoeft geen enkele internationale vrachtwagen ooit in België te stoppen.“ Nu het nieuwe schooljaar weer begint, stelt hij dan ook voor om wat bijles wiskunde aan te bieden aan degenen die denken geld in de staatskas te kunnen brengen door de professionele diesel te beperken of af te schaffen.



