Transportsector heeft nog tien maanden voor Europese eFTI-verordening ingaat (Advertorial)

Truck with a trailer and shipping container driving on a country road

Vanaf 9 juli 2027 moeten transportbedrijven hun vervoersdocumenten voor weg-, zee-, lucht- en spoorvervoer volledig digitaal en gestandaardiseerd kunnen aanleveren aan klanten en douane, via gecertificeerde eFTI-platformen. Uit gesprekken van glasvezelnetwerkspecialist Eurofiber met de sector blijkt dat veel bedrijven de impact van die verplichting onderschatten, want het gaat om kritieke, vertrouwelijke ladinginformatie die permanent beschikbaar en beveiligd moet zijn.

Met de eFTI-verordening (electronic Freight Transport Information, EU-verordening 2020/1056) wil Europa een einde maken aan de papieren vrachtbrief. Vanaf 9 juli 2027 zijn overheden en douaneautoriteiten in alle lidstaten verplicht om vervoersdocumenten in elektronische vorm te aanvaarden, aangeleverd via gecertificeerde eFTI-platformen. Voor transportbedrijven betekent dit in de praktijk dat papieren documentatie niet langer volstaat: gegevens over lading, herkomst, bestemming en douanestatus moeten digitaal en gestandaardiseerd raadpleegbaar zijn, zowel voor weg, zee, lucht, spoor en binnenvaart.

Peppol achterna
Voor wie de afgelopen jaren in de Belgische bedrijfswereld actief was, klinkt dat scenario bekend. Sinds 1 januari 2026 is elektronische facturatie via het Peppol-netwerk verplicht voor B2B-transacties in België, en die overgang verliep voor heel wat bedrijven allesbehalve vlekkeloos. “De eFTI-verordening is in essentie hetzelfde principe als Peppol: een Europees gestandaardiseerd, digitaal netwerk waarlangs kritieke bedrijfsdocumenten automatisch en betrouwbaar worden uitgewisseld”, zegt Gregory De Wit, Strategic Sales-verantwoordelijke voor Wallonië en Brussel bij Eurofiber.  “Het verschil is dat het nu niet over facturen gaat, maar over gevoelige transport- en ladinggegevens: informatie over wat er vervoerd wordt, voor wie, via welke route en met welke douanestatus. Dat is per definitie kritischer en gevoeliger, en dus ook een pak veeleisender op het vlak van beveiliging en beschikbaarheid.”

Toch onderschat een groot deel van de transportsector volgens Eurofiber hoe ingrijpend die omslag zal zijn. “Niet iedereen is zich bewust van de impact van deze verplichting”, zegt De Wit. “Bedrijven denken vaak dat het om een software-update gaat, terwijl het in werkelijkheid om een fundamentele herziening van hun volledige data-infrastructuur gaat: van het ERP- en CRM-systeem tot de netwerkverbinding waarlangs die gegevens worden uitgewisseld.”

Betrouwbaar en veerkrachtig
Wat deze digitale omslag voor transportbedrijven bijzonder complex maakt, is niet zozeer een letterlijke eis uit de tekst van de verordening, maar wel een onvermijdelijk gevolg van de digitalisering van deze processen. Want eens de papieren vrachtbrief verdwijnt, moet de onderliggende digitale keten betrouwbaar en veerkrachtig blijven functioneren, voor klanten én voor controlerende overheidsdiensten. Digitalisering van kritieke informatiestromen brengt met andere woorden een nieuw vraagstuk mee rond beschikbaarheid, continuïteit en veerkracht van de onderliggende infrastructuur, los van wat de verordening letterlijk voorschrijft.

Eurofiber ziet zich in die transitie als infrastructuurpartner voor de sector, niet omdat eFTI een specifieke technologie oplegt, maar omdat de onderliggende vraag voor elk bedrijf dezelfde is: hoe garandeer je dat kritieke datastromen continu beschikbaar, beveiligd en veerkrachtig blijven, ook wanneer het volume en de gevoeligheid van die gegevens toenemen?

Het antwoord verschilt van bedrijf tot bedrijf en loopt uiteen van beveiligde internetoplossingen tot private netwerken op laag 2 via dedicated glasvezelverbindingen, gecombineerd met Belgische datacenters en directe cloudconnecties naar bedrijfskritische ERP- en CRM-omgeving zoals SAP en Oracle.

“Een dedicated glasvezelverbinding is geen verplichting die eFTI oplegt”, verduidelijkt De Wit. “Het is een van de mogelijke oplossingen om te voldoen aan de eisen op het vlak van beveiliging, beschikbaarheid, veerkracht en continuïteit van kritieke datastromen. En ook op het publieke internet kan je perfect beveiligde architecturen uitbouwen, Eurofiber biedt trouwens zelf beveiligde internetoplossingen aan. De vraag die bedrijven zich vandaag moeten stellen is niet welke technologie ze moeten kiezen, maar wel welk niveau van beveiliging, redundantie, veerkracht en SLA hebben wij vandaag, in verhouding tot de toenemende kriticiteit van onze gegevens?”

“Wij bouwen en garanderen het netwerk waarop bedrijven hun kritieke data kunnen laten draaien, zodat zij zich kunnen focussen op hun kernactiviteit: het vervoeren van goederen”, zegt De Wit. “Onze rol is niet om het ERP- of CRM-systeem zelf te leveren, maar om samen met de ontwikkelaars van die systemen een infrastructuur neer te zetten die robuust, veerkrachtig en veilig genoeg is om mee te evolueren met deze nieuwe Europese norm, vandaag en over vijf jaar.

Minder dan een jaar te gaan
Met de deadline van 9 juli 2027 in het vooruitzicht, roept Eurofiber transportbedrijven op om niet te wachten tot het laatste moment. De ervaring met de Peppol-omschakeling leert dat de overgang naar een nieuwe, verplichte digitale standaardtijd vraagt: van de evaluatie van de bestaande IT- en netwerkarchitectuur, over de keuze van een gecertificeerd platform, tot de effectieve implementatie en testing. Voor bedrijven die vandaag nog vertrouwen op papieren documentatie of die het beveiligings- en beschikbaarheidsniveau van hun infrastructuur niet hebben afgetoetst aan de toenemende kriticiteit van hun gegevens, dringt de tijd.